Gepubliceerd op 6 november 2011
Umberto Domenico Ferrari heet de man om wie de film Umberto D. van Vittorio de Sica uit 1952 draait. Dezer dagen zestig jaar oud, maar als je de film nu ziet, lijkt hij wel driehonderd jaar geleden gemaakt. De Sica had de gewoonte niet-professionele acteurs te gebruiken, zoals Carlo Battisti die de titelrol speelt in deze film. Ik geloof niet dat we daarna nog ooit van hem hebben gehoord. Hij was, kuch, een echte amateur.
Wij, die gewend zijn aan de moderne stijl van filmen – de ideale film heeft de structuur van een roman – kijken ietwat bevreemd naar deze rolprent, dat woord hoort erbij, in zwart-wit. Mooie fotografie, daar gaat niks vanaf. Met een scenario dat afkomstig zou kunnen zijn van een goede amateur. Of van iemand met een Boodschap. Een Nadrukkelijke Boodschap.
Is dit een verfilmd stripverhaal? Is dit een smartlap, is het een links pamflet tegen uitbuiting door de heersende klasse? Is het een sprookje voor eenvoudige mensen?
Umberto D. is een gepensioneerd ambtenaar die met zijn hondje Flike (Engels uitgesproken) op kamers woont bij een rijke en behoorlijk arrogante dame. De film begint met een scène waarin gepensioneerden in optocht protesteren tegen de schamele pensioenen in Italië. Umberto heeft daar ook last van, hij kan dan ook de huur van de kamer niet meer opbrengen. Hij ziet geen andere uitweg dan zelfmoord te plegen, maar zijn hondje maakt dat nogal problematisch omdat hij dat het dier niet wil aandoen. Na een verblijf in het ziekenhuis komt Umberto terug in zijn kamer, die inmiddels door de eigenaresse al half onttakeld is. Dat doet hem alsnog besluiten zich voor de trein te werpen – de gedachte te moeten bedelen stuit Umberto tegen de borst, al kan het hondje prachtig rechtop zitten met de hoed in de bek.
Umberto speelt nog steeds met de gedachte er een eind aan te maken, maar wil de hond verzorgd achterlaten. Hij gaat met het dier naar een achterbuurt waar een stel huist dat honden opvangt, maar al die agressieve beesten zijn natuurlijk niks voor Flike. Daarna probeert Umberto de hond te slijten aan een klein meisje in een park. Terwijl het kind onder de misprijzende ogen van haar ouders met het dier speelt, knijpt Umberto er tussenuit. Maar dan heeft hij buiten Flike gerekend, die hem terug weet te vinden. Wat nu? Het vrolijke en onverwoestbare optimisme van het hondje lijkt aan het eind van de film zijn baas aangestoken te hebben. De kijker blijft in weemoedige stemming naar de aftiteling staren.
Zou die wereld echt bestaan hebben? Wij kunnen het ons niet meer voorstellen, dat een berooide maar oppassende bejaarde alleen in een schamele kamer woont, dat de hele stad er half ingestort en afgebladderd bij ligt, dat alleen een kleine bovenlaag het er van neemt en de rest op de rand van armoede zijn dagen doorploetert. Maar ik denk dat het destijds in Italië echt zo was, en in Nederland niet veel beter.
Umberto D. laat ons, behalve een nogal triviaal verhaal, een wereld zien die er helemaal niet meer is. Tot een jaar of twee geleden dachten we dat die wereld voorgóed achter ons lag, maar gezien de economische toestand van het moment is het misschien toch nuttig de serie films van De Sica nog eens aan te schaffen bij nrc.nl .
Of het moet u verstandiger lijken het geld op te sparen voor de slechte tijden waarin alleen je hondje je nog uit een depressieve stemming kan helpen.
Terug naar Santelogie
