Een psychopaat gefileerd: Kwaadschiks

van-der-heijdenBericht uit Het Parool van 10 juli 2008: ‘De 28-jarige agente Gabriëlle Cevat is vannacht doodgeschoten op de Pieter de Winterlaan in Amstelveen. De vermoedelijke dader, een 49-jarige Arubaan, is gearresteerd in de woning van zijn ex-vrouw. De verdachte was al bekend bij de politie vanwege zedenzaken en geweld.’

Dit, en nog wat meer details uit het bericht, was voldoende voor schrijver A. F. Th. van der Heijden voor een 1280 pagina’s tellende roman, getiteld Kwaadschiks.

En het is elk van die 1280 pagina’s waard.

Het bericht inspireerde de auteur tot een diepgaande analyse van een man wiens denken en doen – gewoonlijk met elkaar samenvallend – wordt bepaald door een als gevolg van een jeugdtrauma opgedane monumentale verlatingsangst combineert met een psychopathische persoonlijkheidsstoornis die hij, gesterkt door de consumptie van sloten wodka en een compleet tralievenster aan lijntjes coke, botviert op zijn omgeving, meer in het bijzonder op vrouwen met wie hij kortstondige relaties heeft die steevast eindigen in achterdocht, geweld en stalking.

Intussen is hij een meestal zeer creatieve reclameman met menige spitsvondige slagzin op zijn naam – waaronder een voor een ideële campagne tegen huiselijk geweld. Soms kan Van der Heijden flink ironisch uit de hoek komen.

Het boek speelt zich – op de laatste vijftig pagina’s na – helemaal af in het etmaal van 9 juli 2008, waarin Nico Dorlas – lezers van De tandeloze tijd van Van der Heijden zal die naam bekend voorkomen – volledig losgaat.

De details moeten jullie zelf maar lezen, maar het boek kun je verdelen over twee subthema’s: de overwegingen van Dorlas die een inkijk geven in zijn volstrekt gestoorde gevoelsleven enerzijds, en het onwaarschijnlijke geklungel van de politie bij de behandeling van de zaak anderzijds – soms doet die denken aan een aflevering van de filmserie Police Academy.

Dat laatste is wel erg kluchtig, maar het eerste thema is het interessantst.

Om te beginnen omdat Van der Heijden diverse aspecten van zichzelf inbouwt in het karakter van Dorlas. Zijn drankzucht met name, en bijvoorbeeld ook de ischias in zijn rechterbeen, en de aandoening apneu waaraan hij zelf lijdt.

Maar het gaat dus vooral om wat Dorlas denkt en overweegt. Daar zie je dat hij wantrouwig is tegenover zo ongeveer iedereen, noem het rustig paranoia, maar soms wisselt hij dat wantrouwen af met aanhankelijkheid, op het pakkerige af. Daartegenover staat de  bijna ongeloofwaardige mate waarin hij in staat is zijn eigen denken en handelen goed te keuren en normaal te vinden.

Nadat hij – naar later blijkt – de politie-agente heeft neergeschoten, verschanst hij zich in dat huis (nu gelokaliseerd in de Van Zomerenlaan) en maakt van daaruit zijn eisen bekend, te weten: twee brandweermannen met spaden en ieder een jerrycan met twintig liter benzine, zijn vriendin Désirée Harthoorn en een ambtenaar van de Burgerlijke Stand: hij is van plan om, zoals Hitler, eerst te trouwen, dan Désirée dood te schieten en zelfmoord te plegen en haar mee te nemen naar het Paradijs van de echte Stilte – hij zal haar daar eindelijk helemaal voor zichzelf hebben en het spreekt voor hem vanzelf dat zij dat eigenlijk ook wil.

Het kan Goedschiks, maar eventueel ook Kwaadschiks. Voor Dorlas maakt het eigenlijk geen verschil: het gaat om het doel, de Stilte.

Bij het overleg tussen Dorlas en de politie speelt advocaat Ernst Quispel een belangrijke rol. Meer dan ooit is Quispel gewoon advocaat Bram Moszkowicz, society-advocaat en vriend van allerlei onderwereldfiguren en bewandelaar van de Zijderoute – een route langs allerlei vriendinnen in Amsterdam.

De vele pagina’s van het boek geven Van der Heijden volop de gelegenheid allerlei ouwe moppen uit de sloot te halen en nieuwe soms wel erg voor de hand liggende woordspelingen te berde te brengen. Maar dat alles geeft – in de pagina’s tot en met 1230 – een fascinerend beeld van de vrijwel grenzeloze en vooral mateloze verbeelding waarmee Van der Heijden bijna fysiek zijn onderwerp te lijf gaat. Wie goed leest ziet ook veel humor, maar wel grimmige humor: het leven is geen lolletje, niet voor Dorlas, niet voor Désirée, niet voor Quispel en al helemaal niet voor de auteur zelf. Maar je moet er gewoon doorheen en af en toe eens grimmig lachen.

Het boek eindigt feitelijk met een citaat uit Hamlet: ‘Voor de rest: Stilte – Stilte in Stilte, Stilte over Stilte’.

Maar tijdens het schrijven van het boek verongelukte de zoon  van Van der Heijden en zijn vrouw Miriam Rotenstreich, Tonio, in de zomer van 2010. Het werk aan het boek kwam stil te liggen. In 2011 kon Van der Heijden niet anders dan de schrikwekkende roman over de dood van zijn zoon schrijven.

Daardoor werd de publicatie van Kwaadschiks uitgesteld tot september van vorig jaar – en kon er een epiloog aan worden toegevoegd die zich afspeelt in de zomer van 2015.

Waarin de hoofdpersonen nog eens allemaal terugkeren en een aantal onthullingen worden gedaan waardoor een belangrijk deel van het verhaal op zijn kop komt te staan. Het lijkt een beetje op een happy end, maar dat is het niet. Want het recht blijkt niet te hebben gezegevierd, Dorlas is ineens een tragisch slachtoffer.

Lees het zelf maar. Het is ondanks de enorme omvang een pageturner van formaat, in alle opzichten.

 

Advertisements

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s