Pasolini houdt gemoederen nog altijd bezig

omslag-pasoliniWat zou er gebeurd zijn met Pier Paolo Pasolini als hij niet naar Rome had moeten vluchten voor de woede van zijn vader en de communistische partij, en de achterklap in zijn dorp Casarsa in Friuli? Niet dat die achterklap niet nergens op berustte – maar het was wel met een tamelijk grote gretigheid dat deze man, toen 28 jaar, te pakken werd genomen Hij stak natuurlijk ongunstig af door zijn homoseksualiteit, toen, en nu nog, met name op het platteland van Italië, een nooit geaccepteerde geaardheid. De echte stoot tot de vlucht gaf hem het feit dat hij geroyeerd werd door de communistische partij die daarmee, zo vond Pasolini, bleek niet erg veel te geven om het antiburgerlijke karakter van de partij.

Hij was toen, eind jaren veertig, een zelfverklaarde literator, dichter, romanschrijver. Hij schreef en dichtte zowel in het Italiaans als in zijn moedertaal, het Friulaans – dat laatste werd ook gekleurd door zijn eigenaardige verhouding met zijn moeder Susanna. Die was zodanig dat het vanzelf sprak dat zij zou meevluchten naar het Zuiden.

Dat is tegenwoordig natuurlijk nauwelijks een afstand, maar eind jaren veertig bestond het wegennet van Italië voor het overgrote deel nog uit ‘strade bianche’, witte grintwegen.

Als je ruim halverwege de door Enzo Siciliano geschreven biografie terugkijkt op dat leven in Casarsa, dan heeft dat niet alleen maatschappelijk maar ook literair-cultureel een nogal armoedig zeg maar rustig provinciaal karakter.

Maar dan heb je al een aantal gebeurtenissen in Rome achter de rug die je doen trillen van woede. Voor een deel trouwens ‘eigen schuld’ van Pasolini, die zich snel door een reeks vrienden heen werkte met wie hij uitgediscussieerd was. Het ging daarbij om discussie over literatuur, maar ook over het leven dat een literator moest of wilde leiden. Er is sprake van nachtenlang woedend geschreeuw, mede als gevolg van het gebruik van grote hoeveelheden drank en geestverruimende middelen.

Maar hij komt ook terecht in de wereld van de ring van sloppenwijken rond Rome, waar hij een gevaarlijk leven leidt met relaties met jonge jongens die hem, laten we maar zeggen, niet allemaal welgezind waren, een situatie die uiteindelijk zou leiden tot zijn geweldddadige dood in november 1975 – de daders zijn nooit gepakt.

Intussen was hij wel opgenomen in de literaire en culturele kringen van Rome, ik noem Giorgio Bassani, Dacia Maraini, Federico Fellini, Alberto Moravia en Bernardo Bertolucci. Terwijl hij gedichten schrijft, meewerkt aan allerlei bladen en er zelf af en toe een opricht, leeft hij in grote armoede en verhuist hij voortdurend, waarbij zijn moeder steevast bij hem in de buurt moet wonen.

Hij schrijft twee boeken die nogal goed verkocht worden, Ragazzi di vita en Una vita violenta, over het leven in de sloppenwijken van Rome. Onderwijl rijpt in hem het idee om zijn werk veelzijdiger te maken door films. En natuurlijk geen commerciële leuke verhaaltjes zoals toen in de mode was, maar ‘cinema di autore’, zoals in de jaren zestig natuurlijk ook elders in Italië (Antonioni, Fellini) en in Frankrijk (Godard) populair werden in intellectuele kring.

Hoewel zijn vrienden betreurden dat hij de literatuur verliet (hetgeen niet klopte, hij schreef dagboeken vol en dichtte er op los) voor een oppervlakkig medium als film, voelde Pasolini zich helemaal op zijn plaats als hij met zijn Arriflex 16-mm-camera bezig was. Accattone was zijn eerste film, al snel gevolgd door Mamma Roma en biograaf  Siciliano ziet in die reeks films niet alleen een constante van wat Pasolini ‘decadentie’ placht te noemen (er zijn veel meer parallellen in dit leven met dat van Gerard Reve) maar ook de aanwezigheid van Pasolini’s conservatief katholieke opvoeding – hij ziet in die films dat Pasolini zich vereenzelvigde met Jezus.

Dat kan mede het gevolg zijn geweest van een enorme hetze die tegen Pasolini ontstond nadat in zijn boeken en films ‘obsceniteiten’ waren ontdekt (in Accattone werden poep en pies bij name genoemd) en werden ook misdrijven verzonnen die hij niet gepleegd had, met name aanvallen op minderjarige jongens, maar ook het gebruik van vieze woorden in het openbaar (cazzo, Italiaans voor piemel, bijvoorbeeld). Daar werden processen over gevoerd die jaren later bij het Hooggerechtshof eindigden in vrijspraak wegens gebrek aan bewijs of ontslag van rechtsvervolging. Zelfs godslastering werd hem door een overijverige officier van justitie aangewreven,  over uitlatingen waar het Vaticaan helemaal niks bijzonders in had gezien.

Mar dat was niet het ergste. Al die hele en halve gelogen roddels waren koren op de molen van de ultrarechtse pers, die er maanden mee aan de slag ging en daarbij ook neofascistische knokploegen aanmoedigde filmpremières te verstoren, muren vol te kalken met leugens en Pasolini fysiek aan te vallen.

Hij is eenzaam omdat niemand hem goed begrijpt, hij heeft soms gedachten aan zelfmoord.

Intussen maakt hij een reeks films die goed bekeken worden en die hem tamelijk rijk maken. I racconti di Canterbury, Il Decameron, Porcile, Saló, o i 120 giornate di Sodom, Medea, Uccelacci e uccellini, Teorema en vlak voor zijn dood nog Il fiore della mille e una notte.Ze gingen niet allemáál even goed en er was altijd kritiek op de weerbarstige ruigheid van de werken – die behalve dat ook veel humor bevatten met daaronder een mystieke lading.

In de roerige tijden tussen 1968 en 1975 kreeg hij een column in de conversatieve krant Il Corriere della Sera, waarin hij de kans greep zich op spectaculaire wijze in de politiek te mengen. Die van Italë was in zijn ogen totaal verrot, niets minder dan een revultie was nodig, aldus Pasolini.

En nogal conservatieve revolutie trouwens; hij toonde zich tegen echtscheiding en abortus, hij vond zelfs dat, om Italië te redden, de verplichte opleiding op de middelbare school afgeschaft moest worden en… de televisie.

Hij was van mening dat de rampzalige toestand van Italië het gevolg was van de snelle industrialisatie van het noorden waardoor het platteland van het zuiden leegliep, een verfoeilijke liberalistische, grootkapitalistische ontwikkeling die leidde tot verruwing, criminaliteit en verpaupering.

Zijn ideale Italië was eigenlijk Italietta – een begrip dat een aantal betekenissen heeft. Pasolini bedoelde er een Italië mee dat teruggekeerd was naar de tijd vóór de Italiaanse Eenheid, toen het land opgedeeld was in kleine koninkrijkjes en de mensen woonden op het platteland, in kleine gehuchten rond een grote boerderij en daar zelfvoorzienend waren, die niemand lastig vielen en hoogstens af en toe werden lastig gevallen door rondtrekkende bendes bandieten.

Waarmee het communisme van Pasolini inmiddels gedefinieerd kon worden met termen als ‘Chinese culturele revolutie’ en ‘Pol Pot’.

De geschriften van Pasolini zijn niet allemaal even gemakkelijk toegankelijk, ook wegens de mystieke ondertoon, de bijzondere persoonlijkheid van Pasolini die communist was en christen, maar niet in God geloofde. Daardoor is het boek van Siciliano weliswaar spannend, maar ook moeizaam te lezen omdat Siciliano – die zelf vele jaren in de directe omgeving van Pasolini verkeerde – een nogal sterke neiging heeft tot psychologiseren.

Inmiddels is Pasolini al meer dan zestig jaar dood. Maar nog steeds wordt er onderzoek gedaan naar deze moordzaak, waarbij de biograaf zich onder andere afvraagt of Pasolini’s dood misschien een ‘uitgelokte zelfmoord’ kan zijn geweest, wat dat ook m oge betekenen.

Nog in mei 2015, toen inmiddels DNA-sporen uit 1975 waren onderzocht, moest Il Corriere della Sera constateren dat niet eens zeker was of de gevonden sporen wel in verband stonden met de moord. De krant maakte melding van diverse theorieën die nog altijd de ronde doen, zoals die van Giuseppe Pelosi, die jaren nadat hij wegens de moord een straf van negen jaar had uitgezeten, op de proppen kwam met de boodschap dat hij wel aanwezig was geweest bij de moord, maar dat drie andere, hem onbekende mannen Pasolini hadden doodgeslagen, waarna Pelosi gevlucht was met de Alfa Romeo van de schrijver/filmer.

Hoewel Siciliano spreekt van Pasolini’s blijvende invloed op de cultuur van Italië zijn zijn films nauwelijks meer te zien en zijn boeken, enkele uitzonderingen daargelaten, niet erg populair. Toch is van zijn posthume boek Petrolio, waarvan hij maar een deel heeft kunnen schrijven, is onlangs nog een heruitgave verschenen. Ook werkt de schrijver Walter Siti nog altijd aan een uitgave van de complete werken van Pasolini, een immens karwei, ook al omdat de schrijver nogal slordig te werk ging.

Enzo Siciliano, Vita di Pasolini, uitg. Mondadori.

Advertisements

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s