De echte eindejaarswanhoop

Men doet tegenwoordig alsof dat ongelimiteerd vuurwerkknallen al sinds het jaar Nul tot het onvervreemdbaar buskruitkundig erfgoed van Nederland hoort. Maar ik las deze week, zoals beloofd, weer eens De Avonden van Gerard Reve.

Kort na 12 uur in de Nieuwjaarsnacht loopt de held van deze geschiedenis, Frits van Egters, het huis uit, waar zich net de schrijnendste situatie uit de moderne Nederlandse literatuur heeft afgespeeld, te weten die met de appel-bessen’wijn’ die de moeder van Frits zich heeft laten verkopen als ‘wijn’.

Hij hoort een aantal sirenes en ziet een groene vuurpijl opstijgen en doven. Daarna ziet hij nog drie vuurpijlen hetzelfde doen, ze zijn rood, of bij nader inzien zacht paars. Ook ontwaart hij nog een ‘Bengaals vuur’. En dat was het dan. De rust daalt weer neer over ’s lands hoofdstad.

Op 1 januari 1947 was het obscene geknal van tegenwoordig zelfs in Amsterdam nog geen cultureel erfgoed, zoveel is zeker.

Het is wellicht voor de tiende of twaalfde keer dat ik De Avonden las (ik zag net dat ik in 1994 nog ijskoud beweerde dat ik het toen al voor de 22ste keer las) en wat dat boek tot de grootse wereldliteratuur maakt is dat het niet alleen niet voor de literatuur bedoeld was, maar als psychotherapie, maar vooral dat het zich iedere keer weer anders aan mij voordoet.

Ten eerste is het nu een verhaal geworden waarin heel wazig, als achter een tulen gordijn, zich een heftige echtelijke vete tussen Frits’ ouders afspeelt, die voor Frits aanleiding is zich op Oudejaarsavond bijna snikkend in de armen van zijn ouders te storten – hij heeft met name moeite met het gedrag van zijn vader, maar wat zou hij zonder zijn ouders moeten?

Vanaf de eerste keer dat ik het boek las heb ik me enigszins geïdentificeerd met Frits, ik was, op zijn leeftijd, een groot liefhebber van gruwelijke, afzichtelijke, bij voorkeur stuitende grappen en andere verhalen – ik ontdekte nu pas duidelijk dat ik veel van die grappen aan dit boek ontleend moet hebben, zonder het mij te herinneren – tot nu toe dan.

Er is nog meer: Frits’ angst voor stilte tijdens gesprekken, zijn neiging om eindeloos te ouwehoeren over kaalheid onder zijn vrienden en magen, zijn uitstelgedrag gecombineerd met besluiteloosheid: dat ben ik.

Maar intussen begin ik ook steeds meer op Frits’ vader te lijken, met zijn doofheid, zijn boeken, zijn onsmakelijk eetgedrag.

Wat ineens ook (tamelijk laat, inderdaad) duidelijk werd: dat toen Gerard Reve het boek schreef hij zich Simon van het Reve noemde en dat de titel bij de eerste uitgave in 1947 luidde: ‘De Avonden, een Winterverhaal’. Nou ja, dat zijn details die met de inhoud van het boek weinig uitstaande hebben.

Wat ik wel wilde zeggen is dit: dat ik meer dan ooit licht neerslachtig werd tijdens het lezen. Het kan natuurlijk ook aan het weer liggen in deze laatste week van het jaar. Maar hoe dan ook: als je het boek uit hebt is er niets opgelost, je legt het boek weg in de zekerheid dat Frits op 2 januari wakker wordt en het sombere getob van voor af aan begint en pas zal eindigen op 8 april 2006.

Nou ja, toen was de wanhoop natuurlijk al een tijdje uitbesteed aan de nog coherente medepatiënten in dat Vlaamse verpleeghuis.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s