Met de biografie door Onno Blom leer je Jan Wolkers grondig kennen

Door Guido t’Sas

Jan Wolkers, beeldhouwer, schilder en schrijver. In deze volgorde placht hij zich te presenteren. Op de website scholieren.com, onder meer een hulpje voor het samenstellen van je literatuurlijst, figureert slechts één boek van hem: Turks fruit. Het bekendste, niet in het minst door de film die door Paul Verhoeven ernaar is gemaakt. Maar hij heeft zoveel meer geschapen. Wie hem typeerde als weinig meer dan een sexplorer (deze vondst is trouwens, in een gans andere context, van een jeugdvriend) zat er stevig naast. Voorbehouden aan vooral het christelijk deel der natie waaraan Wolkers zich heeft ontworstelt.

Meer dan 1100 bladzijden, inclusief notenapparaat en 50 foto’s, telt de biografie, waaraan taalwetenschapper Onno Blom (1969) tien jaar heeft gewerkt. Het litteken van de dood. Daarmee leer je Jan Wolkers (Oegstgeest 1925 – Texel 2007) grondig kennen. Een veelzijdig en uniek kunstenaar, die zich niet in de laatste plaats liet inspireren door de natuur. En zich zijn hele leven heeft verzet tegen alles wat hij als onrecht beschouwde.

De generatie van deze eeuw herinnert zich Jan Wolkers wellicht vooral als de lieve opa met de uitwaaierende grijze haardos op tv, die je als het ware aan de hand meenam naar een nederig plantje in de Texelse duinen en zijn betogen steevast afsloot met het soms wat zeurderig klinkende hè?. Niet als de atletisch gebouwde halfgod voor wie de vrouwen en meiden in de rij stonden, hem kansen biedend die hij zich niet liet ontglippen.

Toen ik het boek van Onno Blom op mijn verlanglijst zette, was er een vrouw die wilde weten waarom. Ik antwoordde: Niet alleen omdat ik Wolkers een boeiende figuur vind, maar ook omdat zijn biograaf mij aanspreekt. Ik hoorde Blom ‘n paar keer optreden in het radioprogramma Oba Live van Theodor Holman en hij ontpopte zich daar als literatuurkenner en als een meesterlijke imitator van dichter en essayist (diens karakteristieke stem dus) Gerrit Komrij.

Bij de eerste bladzijden van het boek, waarin Blom het archief van Wolkers in het tuinhuisje op Texel beschrijft, snap je al meteen waarom dit karwei tien jaar heeft geduurd en het resultaat de duizend bladzijden overschrijdt. Jan bewaarde ‘alles’, tot entreekaartjes voor concerten aan toe. Als waarnemer en denker schreef hij op, wat hij als schrijver dacht te kunnen verwerken, maakte als geheugensteuntje met zijn Rollei foto’s en in de laatste fase van zijn leven verleende zijn derde vrouw Karina hem daarbij –toegewijd- assistentie. Zijn boeken zijn in hoge mate autobiografisch, in die zin dat hij de feiten wel naar zijn hand zette. Echter niet zodanig dat je er als biograaf omheen kunt.

Jan Wolkers was, behalve als beeldend kunstenaar, autodidact: als tiener onderkende hij al de grootheid van schrijvers/dichters als Multatuli, Bloem, Stendhal en Proust (nam Franse lessen) en natuurlijk Shakespeare; later getuigde hij van zijn bewondering voor onder anderen tijdgenoot Remco Campert. Met de gekende schrijversbend had hij weinig op; weigerde literatuurprijzen omdat hij vond dat ze veelal te laat kwamen, of omdat hij de juryleden niet pruimde.

Hij was succesvol, niet in het minst door de lovende recensies die hem ten deel vielen. Sommige van zijn boeken haalde een eerste oplage van 90.000, wat in het Nederlandse taalgebied nooit eerder was gebeurd. Opvallend is bij voorbeeld de vroege erkenning door de gerenommeerde recensent Kees Fens van het r.-k. (!) dagblad De Tijd, die overigens door zijn hoofdredacteur op het matje werd geroepen, gezien het blasfemische en ‘oversekste’ karakter van Wolkers’ geschriften. Het was geen reden voor Fens hem te laten vallen; later werden zijn beoordelingen van nieuwe uitgaven wel negatief.

Wolkers die in onder meer notities op recensies reageerde, rekende grondig af met de vaak ronduit lullige beweringen van de boekbesprekers, die volgens hem mislukte schrijvers waren. Hetzelfde deed hij met uitgevers ‘die hem bedonderden’.

Een baaierd aan materiaal. Ook over de beeldende kunst van Jan Wolkers, waarvan de specimen overal in het land te vinden zijn: eerst figuratief, later abstraherend of ronduit abstract. Maar dat laatste is ook weer betrekkelijk, als je ziet hoe hij een samenspel tot stand bracht van zijn kunst met de natuur (de spiegelsculpturen).

Van de journalistiek wordt wel eens gezegd, dat die bestaat uit de kunst van het weglaten. Maar een biografie is geen journalistiek. En al kost het weken om een boek als dit tot je te nemen, er staat naar mijn gevoel geen letter teveel in. En de anekdotiek waartoe Jan Wolkers zijn hele leven aanleiding heeft gegeven plus de soepele stijl van Onno Blom maakt het heel genietbaar.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s