De lome cadans van een unieke roman

Natalia Ginzburg 1916-1991

Eerlijk gezegd – ik ben wel eens eerlijk – had ik nog nooit van Natalia Ginzburg gehoord. Misschien kwam dat, doordat ze al een kleine dertig jaar dood is. Niettemin, ze heeft ze een vijftiental romans op haar naam staan, waarvan er een de Premio Strega kreeg en is zij een van die vele voortreffelijke Italiaanse schrijvers waar je in het buitenland nauwelijks van hoort.

Een aantal weken geleden kwam ik in de krant de recensie tegen van een recente vertaling van haarTutti i nostri ieri, Al onze gisterens. Het boek stamt uit 1952 en de Nederlandse vertaling die nu is uitgekomen stamt uit 2001. Nieuw is de Italiaanse versie nergens te krijgen, maar gelukkig vond ik, na een kleine zwerftocht, het boek in een antiquariaat in Düsseldorf – gebonden, zonder stofomslag en met een ex libris van Ursula Helf, die het in 1965 kocht.

Het boek speelt zich af in de periode 1938-1945 in twee Italiaanse dorpen, het eerste, naamloze dorp ligt in de buurt van Turijn (of is misschien in Turijn zelf) het andere heet Borgo San Costanzo in de Midden-Italiaanse provincie Pesaro.

We maken kennis met twee families, buren, de ene een arme, met vier kinderen waarvan bovendien de ouders in het begin van het boek overlijden en een iets rijkere, waarvan de vader eigenaar is van een zeepfabriek. De kinderen spelen met elkaar, maar zijn bij het begin van het boek al pubers en de onderlinge relaties zijn belangrijke ‘draad’ van het boek.

Uiteindelijk zijn de twee belangrijkste figuren Anna uit het arme gezin, op 16-jarige leeftijd zwanger geraakt van buurjongen Giuma, die er natuurlijk niks van wil weten. Gelukkig is er een vage vriend van haar vader, 48 jaar, een zeer bereisd en niet onbemiddeld man, Cenzo Reza, die haar kind wel een wettige status wil verschaffen door met Anna te trouwen. Ze gaan in Reza’s geboorteplaats, San Costanzo wonen, waar hij de hulpeloze bijgelovige boeren met geld en goede raad terzijde pleegt te staan.

Een van de omslagen waaronder het boek verscheen. Misschien zelfs de oorspronkelijke

Hij is de enige echte evenwichtige volwassene die in het boek voorkomt, en dat wordt al snel duidelijk. Want de jongens zijn onbezonnen en overmoedig, niemand is echt voorstander van het fascisme maar men loopt maar mee, bij gebrek aan beter; of bij gebrek aan interesse voor de buitenwereld. Hoewel er ook zijn die hebben gehoord van Karl Marx en van ’de revolutie’ (die in Rusland, uiteraard) en dat ook wel willen, vooral om de avontuurlijkheid ervan.

De meisjes staan sterk onder invloed van de benauwd conservatieve oudere vrouwen, de huishoudster la signora Maria en ‘mammina’, de moeder van de rijke buren, die het bovendien veel te druk heeft met zichzelf om op de kinderen te letten.

De meeste figuren in het boek kun je het beste omschrijven als onbenullig, en vooral de oogkleppen waarmee ze de steeds duidelijker aan de horizon opdoemende oorlog benaderen, vormen een belangrijk aspect van het boek. Natuurlijk, wie kon zich in 1938 voorstellen wat er de daaropvolgende zeven jaar in de wereld zou gebeuren? Er waren er wel die vermoedens hadden, over de op handen zijnde oorlog  – Ippolito, de oudste van de ‘arme’ kinderen trekt er dan ook de laatste consequentie uit.

Uiteindelijk blijkt de zestienjarige Anna, samen met haar man Cenzo Reza de feitelijke hoofdpersoon van het boek. Haar kind ‘la bambina’, krijgt de naam van een van de exen van Reza, en niemand interesseert zich bijzonder voor dat kind. Ze gaat van hand tot hand.

In San Costanzo lopen nogal wat schilderachtige figuren rond, uit op Reza’s geld, of gewoon vuile verraders, zoals de markiezin en de brigadier van de carabinieri. Er zijn ook enkele Joden geïnterneerd en een bijzonder familielid, Franz. En dan is er de huishoudster van Reza, Maschiona, die, als een soort deus ex machina, zich spectaculair en fataal verspreekt.

Aan het eind van de oorlog is Mussolini weg – lees de kostelijke omschrijving die Ginzburg, zelf na de oorlog communistisch Kamerlid, van hem geeft – zijn de Duitsers weg en uiteindelijk ook de Engelsen en Amerikanen en zitten de Italianen met de puinhopen.

En dan hebben we de essentie van de roman nog niet eens aangeraakt. Want de essentie is de unieke manier van schrijven van Ginzburg. Het verhaal is als een zee die hoge golven en diepe dalen vertoont, maar niettemin voortvloeit in een schitterende lome cadans, waarbij structureel het verbod om woorden of namen te herhalen aan de laars wordt gelapt; het resultaat is of je luistert naar iemand die op berustende en soms zelfs verontschuldigende en begrijpende toon een verhaal in dichtvorm, maar ook in spreektaal vertelt, over mensen die echt niet beter weten, vaak als een kip naar het onweer kijken, een verhaal met vaak verbijsterende en zelfs gruwelijke inhoud, waarbij zorgvuldig gelet is op ritme, cadans, soms ook alliteratie – dingen waardoor een natuurgetrouwe vertaling me een hels karwei lijkt.

Het boek deed me ook denken aan de film Una giornata particolare – daarin zie je de ontwikkeling van een toevallige en onmogelijke relatie tussen twee heel verschillende mensen in  een Romeinse flat die elkaar toevallig ontmoeten; op de achtergrond hoor je voortdurend het gebulder van de muziek van fascisten en nationaal-socialisten en het gebral van Mussolini en Hitler tijdens het bezoek van de laatste aan Rome, zonder dat je daar veel van te zien krijgt.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s