Nederland, bruut racistisch en kolonialistisch

Persoonlijk had ik even de neiging te roepen: doe geen moeite, dat weten we allemaal al. Dat was toen het boek ‘Revolusi’ van David van Reybrouck werd aangekondigd. En de bibliografie achterin het boek geeft me daar volledig gelijk in: er is al het een en ander geschreven over Indonesië in de afgelopen vijfhonderd jaar en meer in het bijzonder in de afgelopen 75 jaar. Ik trap daarmee een enorme open deur in.

Maar ik had het boek van Van Reybrouck niet willen missen, omdat het ondanks alles dat al geschreven is, uniek blijft, met zijn titel – een van de vele woorden die in het Bahasa Indonesia zijn achtergebleven en een fonetische schrijfwijze van Nederlandse woorden behelzen – zoals bijvoorbeeld ook ‘polisi’.  

Een poosje geleden zagen we de serie interviews door Coen ter Braak met een aantal mannen die als dienstplichtigen in Indonesië hadden gediend. Als je Revolusi hebt gelezen weet je dat die een behoorlijk eenzijdig beeld boden van de episode tussen 1945 en 1949, toen zij in Indonesië hun dienstplicht vervulden.

Om het maar eens kort samen te vatten: het Nederlandse leger en het KNIL hebben zich tijdens de beide ‘politionele acties’, en met name in de tweede, tot vlak voor de feitelijke onafhankelijkheid van Indonesië, misdragen op een manier waar de jongens van de Wehrmacht in Europa en het Amerikaanse leger in Vietnam hier en daar nog wel een puntje aan hadden kunnen zuigen.

Maar het unieke van Revolusi is wel, dat Van Reybrouck erin geslaagd is een aantal ooggetuigen op te sporen en te spreken – de een in een bejaardenhuis in Callantsoog, de ander op een afgelegen eilandje voor de kust van Sumatra, in Tokio of in Brussel. Gezien het feit dat al die mensen een jaar of vier, vijf geleden al de 95 gepasseerd waren, moet worden aangenomen dat ze inmiddels allemaal overleden dan wel niet meer aanspreekbaar zijn, wat dat betreft was Van Reybrouck nog maar net op tijd. Maar de manier waarop hij de gesprekken met die mensen neerschrijft is prachtig, compleet met de omschrijving van de omgeving waar ze wonen, de een in dat bejaardenhuis, de ander op een oude prauw in Straat Malakka

Natuurlijk hebben we kennis genomen van het ronduit gruwelijke proefschrift van Remi Limpach ‘De brandende kampongs van Generaal Spoor’, een werk dat ik halverwege even terzijde heb moeten leggen, de gruwelen kunnen een mens ook te veel te worden. Bij Van Reybrouck, die dezelfde gruwelen beschrijft, krijg je dat gevoel niet. Hij besteedt ook veel aandacht aan de gruwelen die van de andere kant werden bedreven. En, niet onbelangrijk: lang niet iedereen in het Nederlandse leger ging eigenhandig die gruwelijkheden. Het allergrootste deel van de manschappen hield zich bezig met ravitaillering, administratie, aan- en afvoer — maar die verzetten zich ook niet tegen de moordpartijen.

Want een overheersend aspect van Revolusi is toch de houding van waaruit Van Reybrouck kijkt, namelijk als een Vlaming die hoe dan ook een zeker (niet geheel ongegrond) vooroordeel tegen Nederland heeft en dat in het wedervaren van Indonesië bevestigd ziet. De houding van de Nederlandse regering die met veel woorden beleed de kolonie vrijheid te willen geven, maar alles deed om juist dat te voorkomen beschrijft hij in al zijn naakte waarheid. Laat ik het zo zeggen: als je de standbeelden van Jan van Riebeeck en Van Heutsz wilt verwijderen, zouden die van Beel, Schermerhorn en Drees ook wel weg mogen – als die er al waren. Ja, ook van Vadertje Drees die zich door de rechtse plutocraten liet meeslepen en mede verantwoordelijk moet worden gehouden voor de vreselijkste oorlogsmisdaden in de twintigste eeuw gepleegd.

De manier waarop vrijheidsstrijders als Soekarno, Hatta en Shahrir behandeld werden zonder vorm van proces is niet minder dan ten hemelschreiend. En dan de onderhandelingen met de republiek Indonesia; in 1947 werd een akkoord gesloten over een nieuwe verhouding tussen Nederland en Nederlands Indië, het akkoord van Linggatjati. Maar zonder de tegenpartij erin te kennen voegden de autoriteiten in Den Haag er een pak voorwaarden aan toe waardoor de overeenkomst in feite nietig werd.

Onder druk van de Verenigde Staten – dat geen of weinig bezwaar had tegen kolonialisme maar bang was dat het Nederlandse geklungel en bedrog de communisten in de kaart zou spelen – werd een nieuwe overeenkomst gesloten, waarop de tweede politionele actie alsnog aan tienduizenden mensen het leven kostte, alvorens eind 1949 koningin Juliana de handtekening kon zetten onder de verklaring waarmee Indonesië haar onafhankelijkheid kreeg.

Over het koningshuis gesproken: koningin Wilhelmina, van wie bekend was dat ze weinig heil zag in welke vorm van democratie dan ook, zowel voor eigen land als voor de koloniën, heeft zelfs nog gepoogd een bevel door te drukken tot platbombarderen van de Republikeinse hoofdstad Jogjakarta. Hee, Blauw Bloed, kun je daar je roze lichtje eens op laten schijnen? Van Wilhelmina hebben we nog altijd een paar standbeelden en bomen.

Opmerkelijk is ook het laatste hoofdstuk waarin het wedervaren van Indonesië tussen 1949 en nu wordt samengevat. Van echte democratie is geen sprake en de veelgeprezenschoonheid van Insulinde verdwijnt langzaam onder een dikke laag plastic, de Gordel van Smaragd wordt in hoog tempo omgehakt met winstoogmerk.

Van Reybroucks werk is een goed voorbeeld van geschiedschrijving in romanvorm, waar we de laatste jaren veel goede voorbeelden van zien. De hoeveelheid werk die hij in de vijf jaar waarin hij materiaal verzamelde en het boek schreef heeft verzet, is werkelijk indrukwekkend.

Van Reybrouck sprak ook met Kartika, de dochter van de kunstschilder Affandi. Die stevig pijprokende vader sprak ik in 1978 in zijn atelier in Jogjakarta – inmiddels Yogyakarta – hij was toen het middelpunt van een kring van Indonesiërs die allemaal een verleden hadden in Nederlands Indië, ze spraken een mengeltaaltje van Maleis, Javaans en Nederlands en keken nogal neer op mensen die in kampongs en dessa’s woonden, ze lieten hun kinderen Beethoven spelen op de piano en klassiek ballet dansen en woonden in de weelderige villa’s die de Nederlandse planters hadden achtergelaten.

Voor Van Reybrouck viel dat aspect misschien buiten het raamwerk van zijn boek. Jammer – ik heb in ieder geval geval Affandi’s schilderij ‘Molens bij Kinderdijk’ gezien: een paar molens, keihard draaiend in een verwoestende orkaan.

Interessant is ook dat de Jappenkampen weinig aandacht krijgen van Van Reybrouck. De Birmaspoorweg komt wel tamelijk uitgebreid aan bod, maar de interneringskampen van de vrouwen nauwelijks. Ik zou niet weten welke betekenis dat aspect zou moeten hebben.

Kolrtom: Van Reybrouck heeft hier een schitterend, vaak ook gruwelijk panorama geschapen van een stuk geschiedenis van Nederland in al zijn bruut racisme en kolonialisme.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s